Domplein
Domplein

De ontstaansgeschiedenis van Utrecht is terug te leiden tot het ruim 2000 jaar oude Domplein.

Romeinen

Utrecht was zoals veel Europese steden oorspronkelijk een Romeins fort. In 47 na Christus bouwde keizer Claudius verschillende forten langs de Rijn. Een van deze zogenaamde castella was Trajectum, het huidige Utrecht. Door de hooggelegen zandgronden was de rivier daar goed te doorwaden en al snel werd Trajectum een levendige handelspost.

Missiepost

Omstreeks 275 gaven de Romeinen het castellum op en verlieten de nederzetting. De periode tot circa 650 is in nevelen gehuld. Toen het oude castellum rond 695 door de Frankische koning als missiepost aan Willibrord werd toegewezen, was het lot van Utrecht als kerkelijk centrum bezegeld. Willibrord herstelde de vervallen omwalling van het oude castellum en bouwde een kerkje dat hij aan Sint Maarten wijdde. In de negende eeuw raasden de Vikingen echter door Europa en de opvolgers van Willibrord vluchtten naar Deventer.

Romaanse Dom

Rond 920 kon bisschop Balderik veilig terugkeren naar Utrecht en hij herbouwde de kerk. Utrecht werd een welvarende nederzetting en de elfde eeuw werd gekenmerkt door grote bouwprojecten. Bisschop Adelbold liet een nieuwe, zeer grote Sint Maartenskathedraal bouwen in de romaanse rondboogstijl. Bovendien bouwde de hoogste wereldlijke autoriteit - de Duitse keizer - er een residentie: paleis Lofen.

Gotische Dom

Na een brand die de romaanse Domkerk in 1253 beschadigde, zag het Domkapittel kans om de kerk geleidelijk te gaan herbouwen. In Frankrijk was de gotiek de nieuwe heersende bouwstijl en Utrecht volgde de mode, want de nieuwe kerk werd in gotische spitsboogstijl opgetrokken. In 1254 begon men met het koor, daarna volgden de toren, het dwarsschip en het schip. Wegens geldgebrek moest de bouw in 1517 worden gestaakt. Hierdoor ontbraken de voor de ondersteuning van het schip zeer belangrijke steunberen en luchtbogen.

Domtoren

Doen men screef MCCCXX en een
Leijt men van mij den eerste steen
Daer na MCCC twe en tachtich
Was ic wolmact so men siet waerachti[ch]

Dit zijn de dichtregels op de ‘laatste steen’ van de Domtoren. De toren was het hoogtepunt van het Domcomplex en het symbool van de wereldlijke en kerkelijke macht van de bisschop. Jan van Henegouwen was de belangrijkste bouwmeester. De windvaan bevond zich op 106,75 meter hoogte. Het was een afbeelding van Sint Maarten, de nog immer populaire stadspatroon van Utrecht. Meer weten over de bouw van de Domtoren?

Klokken

De klokken vormen de stem van de toren. Het gelui herinnert de Utrechters constant aan de aanwezigheid van de kerk en aan het belang van het geloof. Halverwege de toren hangen veertien luiklokken. Ze zijn in 1505 gegoten door Geert van Wou en worden nog steeds gebruikt op zondagen en gewijde dagen. Daarnaast staat er sinds 1664 een Hemony-beiaard in de toren. De vijftig klokken worden ook nu nog elke vrijdag en zaterdag met de hand bespeeld. Bovendien is er een mechanisch speelwerk waardoor er elk kwartier een melodie te horen is.

Verwaarlozing

In de zestiende eeuw rukte de Reformatie op en in 1577 werd Utrecht protestants. Er was weinig animo om de kerk en de toren goed te onderhouden. Toen op 1 augustus 1674 een tornado door de stad raasde, bezweek de zwakke constructie van het schip. Het verval zette door en de ruïnes werden pas honderdvijftig jaar later opgeruimd.

Restauratie

In de negentiende eeuw was er een herwaardering voor de geschiedenis en de nationale monumenten. Vanaf 1875 werd het Domcomplex grondig gerestaureerd. De beroemde architect Pierre Cuypers speelde daarbij een belangrijke rol. Hij constateerde in 1910 dat het dak van de toren te laag was en liet – waarschijnlijk onterecht – een nieuw dak bouwen. De toren was nu 112,32 meter hoog. Naast de toren verrees een ontvangstgebouw met een statig trapportaal richting de toren. Het gebouw was klaar voor het moderne toerisme.